Matla Media
Aanleiding: een achternaam
Haagsch Persbureau in woord en beeld
Artikel Villamedia Magazine
Artikel Den Haag Centraal
Reageren?
Introductie
Tekst
Training
Special: Haagsch Persbureau Matla
Links
Haagsch Persbureau in woord en beeld

Jean Hubert Matla (1902 – 1968)

Jean Hubert Matla was de middelste van zeventien kinderen uit een katholiek Haags gezin. Na zijn HBS vertrok hij naar een katholieke kostschool in het Limburgse Rolduc. Daarna studeerde hij letteren en wijsbegeerte in Leuven. Al van jongs af aan had hij een passie voor het verzamelen van kennis – een schoolmeester vroeg zich eens af of de kleine Matla niet te laat naar bed ging en te veel kranten las.

Na zijn studie zette hij zijn passie om in werk. Eerst als bibliothecaris in Schiedam, later als freelance journalist. Zijn levenswerk werd het Haagsch Persbureau. Dat liet hij, van 1927 tot zijn dood in 1968, uitgroeien tot een knipselarchief van enorme omvang. Op redacties en pr-afdelingen werd hij ook bekend om zijn Matla-Agenda: een maandelijks overzicht van aanstaande gebeurtenissen.

Jean Hubert Matla werkte in zijn jonge jaren voor verschillende bladen, zoals het geïllustreerde tijdschrift ’s Gravenhage in Beeld. Onder het pseudoniem M. van Meerdervoort publiceerde hij een aantal boeken over de Nederlandse (katholieke) pers, waaronder Het bolwerk van den blinden pionier uit 1936. In de oorlog was hij actief in het Haagse verzet; hij schreef onder andere voor de verzetskrant de Nieuwe Haagsche. Na de oorlog maakte hij zich hard voor de belangen van persbureaus, onder andere als voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Persbureaux.

 

Haagsch Persbureau

Matla begreep dat je met kennis geld kon verdienen – mits je maar volledig en up-to-date was. Daarom legde hij overzichten aan van aanstaande gebeurtenissen, zoals jubilea, verjaardagen van bekende personen en historische feiten. Redacties, bedrijven en instellingen konden zich op deze ‘Matla-Agenda’ abonneren. Redacties gebruikten ‘de Matla’ als bron. Bedrijven zagen er kansen in om jubilea luister bij te zetten met relatiegeschenken – sigaren, drank, bloemen.

Parallel hieraan verzamelde Matla achtergrondinformatie. Naslagwerken, encyclopedieën, maar vooral: krantenknipsels. Hij spitte kranten door uit Nederland en daarbuiten, knipte artikelen uit en archiveerde die op onderwerp of persoon. Alles kreeg een eigen envelopje. De envelopjes sloeg hij op in laatjes op alfabet. Wie achtergrondinformatie nodig had – bijvoorbeeld voor een artikel – kon bij Matla terecht. Hij pretendeerde alles in huis te hebben. ‘Vraag het Matla’ was zijn uitdagende motto.

Zo bezien is de benaming ‘Persbureau’ verwarrend. Matla’s bureau was geen nieuwsdienst, maar een documentatiecentrum. Toch was die naam een bewuste keuze, verklaarde Matla eens in een interview. Hij wilde zich meten met de ‘echte’ persbureaus als Vaz Dias, Belinfante en later het ANP. In de jaren dertig keerde hij zich fel tegen de in zijn ogen oneerlijke concurrentiestrijd die andere agentschappen aangingen om hem uit de markt te prijzen, zo blijkt uit zijn geschriften. Matla dichtte zijn Haagsch Persbureau graag een invloedrijke positie toe.

 

De Dames Matla

Matla begon klein: op zijn kamer in zijn ouderlijk huis in Den Haag. Maar in de jaren dertig nam de belangstelling voor zijn dienst toe. Hij verhuisde een paar keer naar grotere ruimtes. Daar kon hij werknemers in dienst nemen – meestal vrouwelijke assistenten die hem bij het archiveren hielpen. Zijn knipseldienst groeide snel in omvang. Na de Tweede Wereldoorlog belandde zijn bureau in een statig pand in de Indische buurt van Den Haag – Riouwstraat 138. Dat was tot de nok toe gevuld met kasten met laatjes. De duizenden naslagwerken stonden in de werkkamer en leesruimte op de eerste verdieping. Een Google-avant-la-lettre in een pakhuis vol informatie.

Twee medewerksters van het eerste uur – Gerda Huberts en Wil Kortekaas – namen het bureau in 1968 van Matla over. Hij stierf, na een ziekte, kinderloos en liet zijn bureau aan deze twee dames na. Op redacties stonden ze beter bekend als ‘de Dames Matla’. Zij zetten het bureau in zijn geest voort en veranderden bijna niks aan de werkwijze. Alles werd met de hand geknipt en opgeslagen. De Agenda werd maandelijks getypt en in huis gestencild – zelfs toen er al kopieerapparaten bestonden. Automatisering ging grotendeels aan de dames voorbij.

Wonderlijk genoeg hielden ze het tot 1995 vol.

 

Over naar Wegener

Uiteindelijk werden het Haagsch Persbureau en de Dames ingehaald door de tijd. Aanvragen verminderden, abonnementen op de Matla-Agenda werden opgezegd. Redacties legden eigen documentatie aan, informatie werd digitaal raadpleegbaar. De Dames verkochten het knipselarchief in 1994 aan SVP, de informatie- en documentatiedienst van krantenuitgever Wegener. Het pand werd verkocht. De resterende inboedel ging in 1995 onder de hamer bij het Haagse veilinghuis Van Stockum.

 

Nog steeds in gebruik

Nog steeds doen de knipsels dienst. Ze zijn nu onderdeel van Profactys in Almere. Dat bedrijf levert informatie en documentatie aan onder andere journalistieke organisaties, uitgevers, de zakelijke markt en de publieke sector. Begin 2011 nam het de persarchieven over van het Wegener Informatie Centrum. Daar was het Matla-archief de laatste jaren ondergebracht, naast nog een aantal andere historische archieven.

Het Matla-archief meet nu grofweg
50 meter stellingkast, bevat 3000 laatjes met daarin naar schatting 120.000 envelopjes en twee miljoen krantenknipsels.

Gerda Huberts, de laatste nog levende 'Dame Matla', overleed op woensdag 26 mei 2010 op 91-jarige leeftijd. Lees hier een In Memoriam.

 

 Copyright (c) 2009 Matla Media.